Procedure MIT
In het geactualiseerde MIT-spelregelkader (2004) worden drie fasen (verkenning, planstudie en realisatie) en vijf hiermee samenhangende beslismomenten onderscheiden. Per fase en moment wordt aangegeven wat de rol en verantwoordelijkheden zijn van betrokken partijen, welke wettelijke regels van toepassing zijn en welke informatie nodig is om een beslissing te kunnen nemen (informatieprofiel). Per fase wordt een expliciete beslissing genomen over het wel of niet (blijven) opnemen van het project in het MIT. Er is geen automatische doorstroming van de ene naar de andere fase. Hieronder worden de verschillende fasen en beslismomenten kort toegelicht.

Verkenningsfase
De procedure voor de verkenningsfase is neergelegd in de werkwijzer MIT Verkenning Nieuwe Stijl en maakt onderdeel uit van het MIT-spelregelkader. De werkwijzer is van toepassing op verkenningen die door Verkeer en Waterstaat zijn geïnitieerd. Het MIT-besluitvormingsproces start met een intakebesluit (beslismoment 1). Daarbij besluit de minister een probleem of een initiatief van derden op het gebied van verkeer en vervoer met een maatschappelijke meerwaarde voorlopig te erkennen. Daarna wordt het veronderstelde verkeers- en vervoersvraagstuk grondig onderzocht en worden oplossingsrichtingen bepaald. Om de besluitvorming te faciliteren is inzicht in de effecten en kosten van oplossingsrichtingen onontbeerlijk. Daartoe is het format Overzicht Effecten Infrastructuur (OEI) bij MIT verkenningen ontwikkeld. In de ‘marktscan’ wordt ten behoeve van de marktbenadering onderzocht of het vroeg inschakelen van marktpartijen meerwaarde biedt.
Op basis van deze informatie wordt aan het einde van de verkenningsfase besloten of er een opdracht tot het uitvoeren van een planstudie wordt gegeven (beslismoment 2). Bij een positief besluit wordt het probleem definitief erkend en stroomt het project door naar de planstudiefase. Ook andere partijen (regionale overheden, marktpartijen of andere belanghebbenden) kunnen een verkenning starten en uitvoeren. Deze verkenningen worden in beginsel niet opgenomen in het projectenboek. In een later stadium kunnen deze verkenningen alsnog door de initiatiefnemer van het project ter besluitvorming aan de minister worden voorgelegd (beslismoment 2). Bij een positief besluit neemt Verkeer en Waterstaat het desbetreffende project op in de planstudiefase, waarna het project het verdere MIT-proces volgt.

Planstudiefase
In de planstudiefase wordt uit de alternatieven de beste oplossing voor het probleem gezocht en wordt, als hierover tussen partijen overeenstemming is bereikt, de uitvoering voorbereid. De planstudiefase richt zich op de planvorming tot en met het tracébesluit (voor projecten waarop de Tracéwet van toepassing is) of tot en met het projectbesluit (voor de overige projecten) (beslismoment 3). Met het nemen van een positief besluit spant de minister van Verkeer en Waterstaat zich bestuurlijk in het project en/of de financiering te zullen realiseren. Wel is veelal nog verdere voorbereiding nodig, voordat de uitvoering daadwerkelijk kan starten. Het project blijft in de planstudietabel staan tot er voldoende budget beschikbaar is voor de uitvoering van het project. De planstudiefase eindigt wanneer alle voorbereidende werkzaamheden zijn afgerond en het uitvoeringsbesluit (beslismoment 4) kan worden genomen.

Realisatiefase
Met het uitvoeringsbesluit (beslismoment 4) start de uitvoering of wordt, in geval van subsidie, een beschikking verstrekt. In de realisatietabel staan projecten, die reeds in uitvoering zijn of waarvan de uitvoering in de loop van het begrotingsjaar gestart wordt. Als de uitvoering van het project is afgerond, wordt het opleveringsbesluit (beslismoment 5) genomen. Bij subsidieverlening vindt dan de eindafrekening plaats. Na oplevering wordt een project nog eenmaal in het projectenboek opgenomen (gerealiseerde projecten). Het project gaat daarna over naar de beheer- en onderhoudfase.

Procedure SNIP
Het Spelregelkader Natte Infrastructuurprojecten (SNIP) is sinds 2002 van toepassing op alle projecten binnen de deelprogramma's voor aanleg hoofdwatersystemen (waterkeren en waterbeheren). Er worden drie fasen (verkenningsfase, planstudiefase en realisatiefase) en zeven hiermee samenhangende beslismomenten onderscheiden. Een belangrijk verschil ten opzichte van de MIT-projecten is dat SNIP-projecten geen eenduidig juridisch kader kennen zoals de Tracéwet. Daarom dient na afronding van de verkenning een paragraaf te worden opgesteld waarin het bestuurlijk-juridische traject is vastgelegd. Ook is een extra beslismoment ingevoerd, namelijk 2a: ‘variantkeuze' (te vergelijken met het tracéwetbegrip ‘standpunt' in het MIT). De planstudiefase eindigt niet door het nemen van een besluit tot afronding van de planstudie, maar door het verstrijken van de termijn voor bezwaar en beroep tegen het genomen projectbesluit. Op termijn zal worden bezien of één spelregelkader voor alle modaliteiten “nat en droog” mogelijk is.

 

Verder lezen?

1. Algemeen

2. Waterbeleid

3. Mobiliteitsbeleid
Hoofdvaarwegen
Spoorwegen

Hoofdwegenprogramma
Netwerkanalyses

Prijsbeleid
Tol en versnellingsprijs

4. Overkoepelende thema's
PPS
Luchtkwaliteit

Beheer en onderhoud
EU

Toelichting
Procedure MIT
Procedure SNIP

Uitgangspunten
Aanbestedingsresultaten
Financiële categorisering

Opbouw projectenboek
Projectbladen