Hoofdwegenprogramma
Het beter benutten van de weg door het toepassen van slimme maatregelen is een belangrijk thema. Verkeer en Waterstaat maakt daarom een voortvarende start met het programma Filevermindering en met dynamisch verkeersmanagement (DVM). Uit de FES-impuls 2006 en de additioneel verwachte aanbestedingsresultaten worden hiervoor middelen beschikbaar gesteld. In totaal is er voor het programma Filevermindering € 135 miljoen beschikbaar en voor DVM € 50 miljoen.

Via de FES-impuls 2006 stelt het kabinet tevens middelen beschikbaar voor het versnellen van het aanlegprogramma voor wegen. Het gaat om versnelling van het programma tot en met 2011 (ten laste van de periode daarna) en om versnelling van projecten uit de periode 2015 - 2020 naar de periode 2012 – 2014. In totaal is met deze laatste versnelling € 362 miljoen gemoeid, hetgeen tot en met 2020 volledig terugvloeit in het FES. Mede op basis van de bestuurlijke overleggen over de netwerkanalyses en het MIT vult Verkeer en Waterstaat de versnelling concreet in. Hierover wordt de Tweede Kamer dit najaar geïnformeerd.

Naar aanleiding van de bestuurlijke overleggen van najaar 2005 (TK 30 300, nr. 30) alsmede de behandeling in de Tweede Kamer over het MIT 2006 zijn in het hoofdwegenprogramma de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • N18 Varsseveld - Enschede: Voor dit traject is een aanvullende rijksbijdrage van € 73 miljoen toegezegd om realisatie van een toekomstvaste en duurzaam veilige stroomweg op het traject Groenlo - Enschede mogelijk te maken;
  • A6/A7 knooppunt Joure: De bijdrage voor een fly-over bij Joure is verhoogd met € 6 miljoen tot € 10 miljoen;
  • N33 Assen - Zuidbroek: Met de brief aan de regio van 1 februari 2006 is de rijksbijdrage is met € 23 miljoen verhoogd tot € 90 miljoen. De regio draagt € 50 miljoen bij. De regio zal de beoogde scope realiseren. Het betreft een verdubbeling van de N33 tot autoweg met 2x2 rijstroken en ongelijkvloerse kruisingen.

Verder is voor een aantal projecten Bestuursovereenkomsten afgesloten:

  • A4 Dinteloord - Bergen op Zoom: Voor deze weg is € 15 miljoen extra toegezegd, waarmee de financiering geregeld is;
  • A2 Amsterdam - Utrecht: In het standpunt van mei 2006 is gekozen de A2 tussen Holendrecht en de aansluiting Maarssen te verbreden naar 2x5 rijstroken en deze versneld uit te voeren. Openstelling is conform het convenant voorzien in 2010;
  • A4 Delft - Schiedam: Op 23 juni 2006 is het IODS convenant ondertekend. Het totaalbudget is verhoogd naar € 641 miljoen, waarvan € 60 miljoen van de regio. Conform afspraak in het bestuurlijk overleg over het MIT 2006 is een gezamenlijke haalbaarheidsstudie tol uitgevoerd;
  • A2 Maastricht: De rijksbijdrage is met € 202 miljoen verhoogd naar € 502 miljoen. De regio draagt € 132 miljoen bij aan dit project;
  • A9 omlegging Badhoevedorp: Op 31 oktober 2005 is de bestuursovereenkomst Omlegging Badhoevedorp ondertekend. Hierin is ook de financiële dekking geregeld.

Netwerkanalyses
In augustus 2006 zijn de resultaten van elf netwerkanalyses beschikbaar gekomen. Het gaat om de netwerkanalyses voor de Noordvleugel, Zuidvleugel, Utrecht (tevens MIT-verkenning), Brabantstad, Twente, Stadsregio Arnhem – Nijmegen , Groningen – Assen , Leeuwarden - Westergo-zone - A7-zone, Noord-Overijssel, Stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen en Zuid-Limburg.

In oktober 2006 ontvangt de Tweede Kamer een brief waarin de bestuurlijke conclusies van de opgeleverde netwerkanalyses worden weergegeven, op basis van de resultaten van het bestuurlijk overleg over netwerkanalyses en MIT 2007.

Uit de analyses blijkt dat er flinke verschillen zijn in de mobiliteitsvraagstukken en in de voorgestelde oplossingen. Een gebiedsgewijze aanpak is zinvol. Er zijn voorstellen gedaan om de netwerken van de weg en het OV beter te laten functioneren. Het rijk en de decentrale overheden moeten met elkaar bezien hoe de samenhang tussen vervoermodaliteiten kan worden verbeterd. Dat wordt een gezamenlijke opdracht voor de overheden als wegbeheerders en OV-concessieverleners op regionaal niveau in overleg met de OV-bedrijven.

In de netwerkanalyses wordt onder meer gesproken over de gezamenlijke implementatie van maatregelen. Over proces en inhoud van deze maatregelen worden in het bestuurlijk overleg over het MIT afspraken gemaakt. Het gaat om drie typen afspraken:

  1. Korte termijn maatregelen 2007-2010;
  2. Maatregelen voor de langere termijn;
  3. Andere benadering van investeringsbeslissingen waarin bereikbaarheid van-deur-tot-deur centraal staat.

Daarnaast is afgesproken om te bezien hoe het proces rond de netwerkanalyses kan worden voortgezet.

Ad a.
In 2007 kan worden begonnen de toegang tot de stad te verbeteren door effectieve maatregelen te nemen, die de samenhang en kwaliteit van infrastructuurnetwerken verhogen en op korte termijn en met beperkte middelen zijn te realiseren (quick wins). Deze maatregelen worden, voor zover van toepassing, gezamenlijk door rijk en regio genomen, in lijn met de ervaringen met de Luteijn-aanpak. Voorbeelden van maatregelen zijn:

  • Verbeterde afstemming/overstap binnen en met het OV;
  • Verbeterde overstap tussen OV en auto/fiets (PenR, fietsenstallingen);
  • Verbeterde afstemming van elkaars verkeers- en vervoer(reis)informatie;
  • Afspraken om op werklocaties in de regio mobiliteitsmanagement binnen 1 jaar te realiseren;
  • Kleine maatregelen om (het gebruik van) de infrastructuurnetwerken te verbeteren.

Voor dergelijke maatregelen stelt Verkeer en Waterstaat in de periode 2007 – 2010 een envelop met een bedrag van € 66 miljoen beschikbaar uit de additioneel verwachte aanbestedingsresultaten. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie van de leden Van Hijum, Hofstra en Verdaas (TK 29644, nr. 53). De envelop wordt concreet ingevuld op basis van de resultaten van het bestuurlijk overleg over de netwerkanalyses en het MIT.

Ad b.
Voor de langere termijn (2011-2020) kunnen de uitkomsten van de netwerkanalyses leiden tot nieuwe verkenningen volgens het MIT-spelregelkader en tot meer specifieke verkenningen van regio en/of rijk. Voor rijksprojecten en grote regionale projecten boven de BDU-grens (€112,5/225 miljoen) is na 2014 ruimte in het MIT om - binnen het financiële kader van de Nota Mobiliteit - de prioriteitsstelling aan te passen indien de uitkomsten van de netwerkanalyses hier aanleiding toe geven. Hierover kunnen in het bestuurlijk overleg afspraken worden gemaakt.

Ad c.
De netwerkanalyses stimuleren onmiskenbaar het proces om te komen tot ver(der)gaande samenwerking: er is veel bereidheid en energie om te investeren in een gedeelde aanpak. Dit proces zal in 2007 en volgende jaren verder gaan. In de brief over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg zal ook een concreter beeld worden gegeven over de mogelijke opzet van een MIT-nieuwe stijl, zoals eerder aangegeven.

Voor de financiering van regionale/lokale projecten hebben de regio’s de beschikking over de Brede Doel Uitkering (BDU). Vanuit het MIT budget voor regionale/lokale infrastructuur wordt bijgedragen aan de aanleg van grote regionale/lokale projecten (zowel openbaar vervoer als het onderliggend wegennet), waarvan de kosten van de meest-kosteneffectieve oplossing het grensbedrag (€ 112,5/€ 225 miljoen) van de overschrijden. De resultaten van de netwerkanalyses worden betrokken bij een tussentijdse evaluatie (van de hoogte) van de BDU. Voor de verdeling van de BDU wordt een nieuwe verdeelsleutel ontwikkeld die vanaf 2008 ingaat.

 

Verder lezen?

1. Algemeen

2. Waterbeleid

3. Mobiliteitsbeleid
Hoofdvaarwegen
Spoorwegen

Hoofdwegenprogramma
Netwerkanalyses

Prijsbeleid
Tol en versnellingsprijs

4. Overkoepelende thema's
PPS
Luchtkwaliteit

Beheer en onderhoud
EU

Toelichting
Procedure MIT
Procedure SNIP

Uitgangspunten
Aanbestedingsresultaten
Financiële categorisering

Opbouw projectenboek
Projectbladen