3. Mobiliteitsbeleid

Op 21 februari 2006 is de PKB deel IV van de Nota Mobiliteit in werking getreden. Ten opzichte van eerdere delen van de Nota Mobiliteit is er een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd, die ook consequenties hebben voor het MIT tot en met 2014 met doorkijk naar 2020. Naast deze wijzigingen als gevolg van de Nota Mobiliteit heeft er ook een aantal andere wijzigingen in het MIT plaatsgevonden. Alle relevante wijzigingen worden hieronder toegelicht.

Hoofdvaarwegen
Nederland beschikt over een uitgebreid hoofdvaarwegennet dat de belangrijkste economische kerngebieden, het onderliggend vaarwegennet en het trans-Europese vaarwegennet met elkaar verbindt. De rijksoverheid streeft naar betrouwbare reistijden voor het vervoer van goederen over water en wil de autonome groei van dit vervoer mogelijk maken, zonder dat dit de reistijd langer of onbetrouwbaarder maakt. Daarvoor neemt Verkeer en Waterstaat maatregelen om de onderhoudsachterstanden op de waterwegen weg te werken en specifieke capaciteitsknelpunten op te lossen. In de Nota Mobiliteit wordt, naast het op orde brengen en houden van het onderhoud en het lopende MIT tot en met 2010, uitgegaan van een programma van € 1,2 miljard voor het uitvoeren van benuttingsmaatregelen tot en met 2020. Een concrete toedeling van het beschikbare budget zal plaatsvinden als de oplossingen nader zijn uitgewerkt volgens het MIT-spelregelkader van verkenningen en planstudies. Bij de fasering van de benuttingsmaatregelen wordt in de eerste plaats uitgegaan van de urgentie van oplossing van het betreffende knelpunt vanuit vervoerkundige/economische optiek. Daarbij heeft het oplossen van knelpunten op de hoofdverbindingsassen uit de Nota Ruimte en Nota Mobiliteit prioriteit.

Stand van zaken lopende aanlegprojecten
Naar verwachting zijn de brugverhogingen voor vierlaags-containervaart op de Maas bij Roosteren en Echt in 2007 gereed. In het kader van het amendement Gerkens (TK 30 300, nr. 21) worden op diverse locaties in Nederland versneld lig- en auto-afzetplaatsen gerealiseerd, worden versneld anticiperende grondaankopen gedaan ten behoeve van de omlegging van de Zuid-Willemsvaart en wordt de verdieping van de Waal naar 2,80 meter bij Overeengekomen Lage Rivierafvoer (OLR) versneld gerealiseerd.

Nieuwe projecten
Op basis van de analyses uit de Nota Mobiliteit worden in 2007 de volgende verkenningen uitgevoerd. De verkenning naar de tweede sluiskolk Eefde om te bezien of uitbreiding van de kolkcapaciteit nodig is. Eind 2006 zullen naar verwachting ook de verkenningen naar ligplaatsbehoeftes op de corridors Amsterdam-Lemmer-Delfzijl, de IJssel, het Amsterdam - Rijnkanaal en op de verbinding Rotterdam -  Antwerpen worden opgeleverd. In 2007 wordt tevens een verkenning gestart naar de hoogte van de bruggen op het traject van de Maas tussen Born en de Belgische grens, en naar de maritieme toegankelijkheid van de kanaalzone Gent - Terneuzen (waaronder de capaciteit van de binnenvaartsluis in Terneuzen).

Spoorwegen
Op het gebied van spoorwegen blijft het uitgangspunt dat met een hogere betrouwbaarheid, die onder meer wordt gerealiseerd door tijdige vervangingen, plus het opheffen van knelpunten, voldoende capaciteit wordt geboden om de in de Nota Mobiliteit voorziene groei van het personen- en goederenvervoer tot en met 2020 te verwerken. De prioriteit ligt bij de hoofdverbindingsassen en daarbinnen bij de spoorlijnen met meer dan 40.000 reizigers per dag. In de periode tot en met 2011 is een aantal ontwikkelingen van belang.

Voor het programma Spoorse doorsnijdingen in stedelijk gebied is een budget van € 300 miljoen beschikbaar. Op basis van een subsidieregeling wordt in 2006 budget toegekend aan verschillende gemeenten ter financiering van maatregelen waardoor knelpunten ten aanzien van stedelijke bereikbaarheid en kwaliteit leefomgeving worden opgelost.

Verder zijn de middelen voor de tweede fase Herstelplan Spoor overgeheveld van aanleg naar beheer en onderhoud. Reden hiervoor is dat het daardoor makkelijker wordt te optimaliseren tussen onderhoud en vervangingen. Bovendien vallen de activiteiten die in het kader van het herstelplan worden uitgevoerd onder de definitie van beheer en onderhoud in de Spoorwegwet (wettelijke taak van de beheerder). De middelen voor de tweede fase Herstelplan Spoor dienen ter financiering van (1) een pakket vervangingsinvesteringen, (2) een programma kleine projecten en (3) een programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten. Voor het programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten is een nieuw projectenblad toegevoegd waarin zichtbaar wordt welke knelpunten worden onderzocht.

In het voorgaande MIT waren – conform het amendement Van Hijum (TK 30 300 A, nr. 16) – middelen gereserveerd voor het oplossen van capaciteitsknelpunten, namelijk in Brabant en de Randstad (‘investeringen spoor’). Omdat het gelijksoortige projecten betreft zijn deze middelen nu toegevoegd aan het programma punctualiteits- en capaciteitsknelpunten uit de tweede fase Herstelplan Spoor. Binnen dit programma is een deel van het budget dus geoormerkt voor projecten in Brabant en de Randstad.

Om de knelpunten die zich op korte, middellange en lange termijn aandienen in de Noordvleugel het hoofd te kunnen bieden en ontsluiting van nieuwe woon- en werkgebieden te realiseren wordt een planstudie openbaar vervoer op de corridor Schiphol - Amsterdam - Almere - Lelystad (afgekort planstudie OV SAAL) opgestart. In een eerste fase, die loopt tot begin 2007, worden kansrijke alternatieven geïdentificeerd; deze worden in een tweede fase verder uitgewerkt, waarvoor indien nodig een tracé/m.e.r.-procedure wordt gevolgd.

Ook werkt Verkeer en Waterstaat aan een slimmer gebruik van het spoorwegennet. In dat kader stelt het kabinet in de periode tot en met 2010 € 20 miljoen uit de FES-impuls 2006 beschikbaar voor de aanleg van een ongelijkvloerse kruising voor het spoor op de spoorlijn Gouda - Rotterdam. Hiermee verbetert de verkeersveiligheid en wordt tevens tijdswinst behaald voor het autoverkeer.

In 2007 worden zowel de Betuweroute als de HSL-Zuid in gebruik genomen. Dit zijn mijlpalen in de geschiedenis van zowel het railgoederenvervoer als het railpersonenvervoer in Nederland.

Door het uitvoeren van een aantal pilots bronbeleid op het gebied van geluidhinder door goederentreinen wordt in 2007 uitgebreid praktijkervaring opgedaan met nieuwe type kunststof remblokken (de zogenaamde LL-blokken) Hiermee wordt een doorbraak op het gebied van de aanpak van geluidhinder bij de bron geforceerd. Nederland loopt hiermee in internationaal opzicht voorop.

 

Verder lezen?

1. Algemeen

2. Waterbeleid

3. Mobiliteitsbeleid
Hoofdvaarwegen
Spoorwegen

Hoofdwegenprogramma
Netwerkanalyses

Prijsbeleid
Tol en versnellingsprijs

4. Overkoepelende thema's
PPS
Luchtkwaliteit

Beheer en onderhoud
EU

Toelichting
Procedure MIT
Procedure SNIP

Uitgangspunten
Aanbestedingsresultaten
Financiële categorisering

Opbouw projectenboek
Projectbladen