Het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) is een inhoudelijk samenhangend programma voor infrastructuurprojecten, die zijn gerelateerd aan mobiliteitsbeleid (zoals de hoofdwegen, de hoofdvaarwegen, de spoorwegen en de grote regionale/lokale projecten) en waterbeleid (waterkeren en waterbeheren). In het Projectenboek, dat sinds 2000 als verdiepingsbijlage bij het Infrastructuurfonds wordt aangeboden aan de Tweede Kamer, is de actuele stand van zaken rond de verschillende infrastructuurprojecten weergegeven, waarbij Verkeer en Waterstaat (financieel) tot en met 2020 betrokken is. Sinds 2004 worden ook de beheer- en onderhoudsprogramma’s inzichtelijk gemaakt. Naast een beschrijving van het probleem, (mogelijke) oplossingen, de uitgaven en de planning van projecten, wordt in het projectenboek inzicht geboden in de historie van projecten. Op een transparante wijze worden oorzaken van relevante wijzigingen toegelicht, waardoor inzicht ontstaat in het verloop van de verschillende projecten.

1. Algemeen

In het MIT tot en met 2020 wordt onderscheid gemaakt tussen het infrastructuurprogramma voor de periode tot en met 2014 (reguliere MIT tot en met 2010 inclusief de verlenging 2011 – 2014) en het programma voor de periode 2015 – 2020 (doorkijk). De doorkijk kent een duidelijk andere status dan het programma tot en met 2014. Vanwege enkele onzekerheden (bijvoorbeeld de precieze effecten van prijsbeleid) is op dit moment niet aan te geven welke concrete projecten tot uitvoering zullen komen na 2014. Voor de doorkijk is daarom alleen een overzicht met potentiële knelpunten beschikbaar, die mogelijk op termijn tot een infrastructurele oplossing komen. Per knelpunt worden – via een nieuwe MIT-verkenning, een bestaande planstudie waarvan de scope wordt gewijzigd of een netwerkanalyse – nut en noodzaak van een infrastructurele oplossing bekeken. Vervolgens worden voor die periode prioriteiten bepaald en zal een concrete programmering worden gemaakt.

Het infrastructuurprogramma tot en met 2014 is wel grotendeels gevuld met concrete projecten. Voor de realisatieprojecten zijn taakstellende budgetten afgesproken. Voor planstudieprojecten geldt dat er (voorlopig) financiële middelen zijn gereserveerd voor de uitvoering van het betreffende project.

Het infrastructuurprogramma, dat in dit projectenboek 2007 is opgenomen, is onderwerp van bestuurlijk overleg tussen de minister van Verkeer en Waterstaat en de relevante decentrale bestuurlijke partijen. Dit overleg vindt voorafgaand aan de MIT-behandeling in de Tweede Kamer plaats en zal – naast over het MIT 2007 – ook gaan over de uitkomsten van de netwerkanalyses (zie later). In de overleggen kunnen afspraken worden gemaakt die leiden tot een wijziging van het MIT. De resultaten van de overleggen worden per brief aan de Tweede Kamer gemeld.

Bij de MIT behandeling in 2005 is de toezegging gedaan om in het MIT 2007 aandacht te schenken aan het MIT-manifest ‘Van roerei tot omelet’ van het kamerlid Verdaas. Hierin wordt met steun van CDA, VVD en ChristenUnie opgeroepen tot de opzet van een MIT nieuwe stijl. Het voorstel van het kamerlid Verdaas cs. is om de netwerkanalyses centraal te stellen. Het belang van de netwerkanalyses voor het verbeteren van de samenhang van netwerken op het regionale schaalniveau is groot. Dat kan zich ook vertalen naar de lange termijn investeringsstrategie. Het is de ambitie van Verkeer en Waterstaat om de netwerkanalyses een centrale plek te gunnen in de ontwikkeling van het MIT in de komende jaren. Er wordt voorzien dat dit een voortgaand proces van samenwerking vergt na 2006. Op basis van de netwerkanalyses die per augustus 2006 zijn opgeleverd en de bestuurlijke overleggen wil Verkeer en Waterstaat zich een concreter beeld kunnen vormen over de mogelijke opzet van een MIT-nieuwe stijl, alvorens tot conclusies te komen. Na de MIT behandeling in de Tweede Kamer, kan de mogelijke uitwerking van het MIT nieuwe stijl volgen. Daarbij zal, gelet op de landelijke verkiezingen, ook politiek-bestuurlijk gezien de nodige ruimte moeten blijven bestaan.

Tijdens de MIT-behandeling in 2005 is ook de toezegging gedaan (TK 30 300A, nr. 29) om voor de ‘op de plank’ projecten een nadere prioritering op te stellen. Inmiddels is intern Verkeer en Waterstaat opdracht gegeven om te onderzoeken welke van deze projecten nog versneld kunnen worden, zodat ze – indien daar aanleiding toe is (bijvoorbeeld door onderuitputting) – in uitvoering gebracht kunnen worden. Daarbij is geconstateerd dat het op voorhand aangeven welk project voorrang krijgt op een ander niet mogelijk is. Een deel van de versnellingen is al gerealiseerd, terwijl andere versnellingen procedureel niet meer mogelijk blijken. Daarom wordt per geval bepaald welk project versneld kan worden uitgevoerd.

In het vervolg van deze inleiding worden de belangrijkste wijzigingen in het infrastructuurprogramma voor de periode tot en met 2020 weergegeven.

 

Verder lezen?

1. Algemeen

2. Waterbeleid

3. Mobiliteitsbeleid
Hoofdvaarwegen
Spoorwegen

Hoofdwegenprogramma
Netwerkanalyses

Prijsbeleid
Tol en versnellingsprijs

4. Overkoepelende thema's
PPS
Luchtkwaliteit

Beheer en onderhoud
EU

Toelichting
Procedure MIT
Procedure SNIP

Uitgangspunten
Aanbestedingsresultaten
Financiële categorisering

Opbouw projectenboek
Projectbladen